De ex-Sovjetrepubliek Belarus aan de oostelijke rand van de Europese Unie wordt sinds 1994 met harde hand geregeerd door dictator Aleksandr Loekasjenko. Zijn zesde gefalsificeerde herverkiezing leidde tijdens de zomer van 2020 tot massale volksprotesten. Tijdens een spontane demonstratie in de oostelijke stad Homel belandde de destijds 16-jarige Mikita Zalatarou in het vizier van de justitie. De jongen - die aan epilepsie lijdt - werd opgepakt in de zaak die bekend werd onder de naam ‘het trio van Homel’. Een rechter veroordeelde hem tot een vrijheidsstraf van vijf jaar. Samen met twee anderen zou hij een fles hebben gegooid naar soldaten. Later volgde een tweede rechtszaak wegens het niet gehoorzamen aan de gevangenisbewaking. Op zijn achttiende werd Mikita van een heropvoedingskamp overgeplaatst naar een extra beveiligde gevangenis. Door de vooringenomenheid van de kamp- en gevangenisleiding belandde hij steeds weer in de isoleercel. In september 2025 sneed hij zijn polsslagaders door, maar overleefde. Mikita’s vader - Mikhail Lapunou – streed actief voor de vrijlating van zijn zoon. Om die reden werd de ICT-er in 2023 opgepakt. Hij zit al drie jaar zonder enige vorm van proces vast in een strafkamp op 40 kilometer van de Poolse grens.
De zaak van Mikita zorgde voor internationaal opzien. De tiener werd al in 2020 als politiek gevangene erkend. De Labour-politicus Sir Leslie Griffith werd de symbolische peetvader van de jonge Belarus. Op basis van een deal tussen machthebber Loekasjenko en diplomaten van de Verenigde Staten kregen 250 Belarussische politieke gevangenen uiteindelijk in maart van dit jaar amnestie. Mikita was een van hen. Hij werd samen met een kleinere groep lotgenoten de grens met buurland Litouwen overgezet onder regie van John Coale – Donald Trumps speciale afgezant voor Belarus. De voormalige jongste politieke gevangene vertelt over het keiharde leven in de heropvoedingskampen en gevangenissen van onze dichtstbijzijnde dictatuur.
Mikita, laten we teruggaan naar de hete zomer van 2020. Hoe heb je die tijd van protest in herinnering?
‘Om eerlijk te zijn: Ik was helemaal niet van plan om naar een demonstratie toe te gaan. Ik wist ook helemaal niet dat die er zou zijn. Het was puur toeval dat ik daar was. Ik stond alleen maar te kijken.’
Hoe verliep je arrestatie?
‘Na de demonstratie zat ik nog wat met vrienden buiten. Ik was pas tegen middernacht weer thuis. Mijn ouders waren geschrokken en zeiden dat de politie me die dag had gezocht. Ik was me van geen kwaad bewust. De volgende morgen werd er aan de deur gebeld. Ik deed open en kreeg een enorme slag in mijn borst. Gemaskerde mannen draaiden mijn handen achter mijn rug en deden me handboeien om. Ze voerden me af naar de auto waarmee ze waren gekomen.’
Zonder zich ook maar voor te stellen?
‘Ja, de buren dachten in eerste instantie dat het een overval was door bandieten. Ze namen het voor me op en bemoeiden zich ermee. Toen lieten die mannen hun documenten zien. Ze waren van een speciale politie-eenheid. Ik en mijn broer werden naar het bureau gebracht.’
Wat gebeurde daar?
‘Ze smeten me alleen in een ruimte op de grond en gingen met vijf of zes man om me heen staan. Ze begonnen me te schoppen en te slaan. Ook gebruikten ze stroomstoten. Ik verloor twee of drie keer het bewustzijn. Dan goten ze flessen water leeg op mijn hoofd, zodat ik weer bijkwam. Dan begonnen ze opnieuw te slaan. Ze deden mijn handboeien af en dwongen me op mijn hurken te gaan zitten. Ik moest met gestrekte handen een krukje voor me houden. Toen zetten ze hun dienstpistolen aan mijn hoofd. Ze zeiden dat als ik geen bekentenis zou ondertekenen ze me ter plekke zouden vermoorden.’
Hoe oud was je toen?
‘Zestien.’
Wat wilden die agenten van je?
‘Ze wilden dat ik een papier ondertekende dat ik schuldig was. Maar ik had niets gedaan, dus ik heb ook niets ondertekend.’
Heb je je broer daar gezien?
‘Een keer zag ik hem op de gang staan. Hij mocht later op de dag naar huis en belde mijn ouders. Mijn vader meldde zich af bij zijn werk en toen kwamen ze naar het bureau. Ik was toen al met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht.’
Een gevangeniskliniek?
‘Nee, het was een normaal ziekenhuis. Maar hoewel ik sowieso buiten bewustzijn was, werd ik met handboeien vastgemaakt aan het bed. Vanwege mijn toestand mocht ik het ziekenhuis van de dokter eigenlijk niet verlaten, maar de politie zette het personeel onder druk, zodat ze mij weer mee konden nemen.’
Wat was de reden voor al die bombarie?
‘Op dat moment begreep ik zelf niet wat er gaande was. Later toen ik alles tegen elkaar afwoog begreep ik wat ze van me wilden. Direct na het incident was er op die plek een oom van een kennis van mij gearresteerd. In zijn mobiele telefoon stond mijn nummer. Zo kwam de politie bij mij terecht. Die oom had kennelijk in een vlaag van paniek de schuld op zich genomen en eveneens mijn naam genoemd. Daarom kwam de politie die dag nog om mij op te halen. Later bleek dat ik het niet was geweest en vonden ze de persoon die daadwerkelijk die fles had gegooid. Op camerabeelden was duidelijk te zien dat hij het was geweest. Maar op dat moment hadden ze me al zo erg mishandeld dat het geen zin meer had me gewoon te laten lopen. Dat zou een hoop ophef hebben veroorzaakt.’
Daarna werd je weer vastgehouden op het politiebureau?
‘Ik werd in het ziekenhuis afgemeld en zat tot één uur ’s nachts in een cel op het politiebureau. Diezelfde nacht nog werd ik naar een isoleercel gebracht waar ik 10 dagen in beperking zat. Daarna ging ik in preventieve hechtenis, opnieuw in isolatie.’
Op basis waarvan?
‘Ze zeiden dat ik verdacht werd van een misdaad.’
Gingen de mishandelingen daar door?
‘Het werd iets minder, maar ze hielden zeker niet op met fysieke en psychische mishandeling. ’
Hoe beleefde je jouw eerste veroordeling?
‘Er waren geen bewijzen. Van de kant van de overheid waren alleen getuigen die elkaar tegenspraken. Van mijn kant had ik echte getuigen die mijn onschuld bewezen. Ik stond terecht voor overtreding van drie artikelen van het wetboek van strafrecht. Alleen aan de eerste - verzet en fysiek geweld tegen een vertegenwoordiger van de staatsmacht - werd ik niet schuldig bevonden. Voor de andere twee werd ik veroordeeld tot vijf jaar: Deelname aan massale ongeregeldheden en het maken en in bezit hebben van een explosief (de lege fles die kapot viel op het asfalt veranderde tijdens de rechtszaak in twee molotovcocktails, nvda).
Was er iemand die je verdedigde?
‘Jazeker, ik had een advocaat. Hij had alles heel goed voorbereid. Juridisch zat ons verweer uitstekend in elkaar. Hij had alles goed onderbouwd en pleitte vrijspraak.’
Je vader vertelde destijds dat aan de zitting ook de agenten deelnamen die je hadden mishandeld.
‘Ja, een paar van hen zaten ook in de rechtszaal. Ze toonden geen enkel berouw dat ze een minderjarige in elkaar hadden geslagen. Ze boden ook geen excuses aan. Wel zorgden ze voor een bedreigende atmosfeer.’
Kun je vertellen over het incident in de gevangenis dat leidde tot je tweede veroordeling?
‘Ik was in een isoleercel geplaatst. Mijn spullen hadden ze van me afgepakt. Hygiëneartikelen ook. Ik kon me daar niet meer normaal wassen. Er was geen warm water en ik mocht niet naar de doucheruimte. Op een gegeven moment liep de cel onder water. Ik klopte op de deur en zei tegen de bewakers: ‘Breng me naar een andere cel. De vloer staat onder water. Ik kan hier niet langer blijven.’ Ze antwoordden: ‘Dat kan ons geen reet schelen, je zult hier sowieso verrekken.’ Ik ging door met kloppen op de deur. Toen trokken ze me de gang op, duwden mijn benen uit elkaar en draaiden mijn armen op mijn rug. Ik schreeuwde het uit. Ik voelde dat ze mijn armen gingen breken. Ik probeerde dat te vermijden en het lukte me een bewaker weg te duwen. Die struikelde en viel achterover. Daarop hebben me ze me volledig in elkaar geslagen. Die nacht hebben ze toen een psycholoog bij me gezet. Van dat incident hebben ze toen mijn tweede veroordeling gemaakt, waarvoor ik twee jaar extra kreeg.’
En die psycholoog ging met je praten?
‘Nee, die was er alleen om toezicht te houden. Dat ik geen zelfmoord zou plegen. Die man was gekleed in een militair uniform en had een of andere kwalificatie als psycholoog. Maar psychologische ondersteuning bood hij niet.’
Na het in kracht treden van je eerste veroordeling ging je naar een heropvoedingskamp. Wat voor jongens zaten daar?
‘Als je de algemene massa van gedetineerden neemt dan werd er door hen geen druk op mij uitgeoefend. Ze lieten me met rust. Die druk was er wel door de zogenaamde activisten, leiders van de verschillende kampsecties. Dat zijn gedetineerden die samenwerken met de kampleiding. Ze creëerden voortdurend kunstmatige conflicten en maakten rapporten op over mijn zogenaamde overtredingen van de discipline.
Had je vrienden in het kamp?
‘Vrienden had ik er niet. Er waren jongens die soms een beetje hielpen, maar het was uiteindelijk ieder voor zich.’
Wat moest je daar doen?
‘Ik ging er naar school. Er was een klas van gedetineerden. Die leraar deed net of hij les gaf, maar in feite was het geen echt onderwijs. Vijf keer per week, ’s morgens. En ik moest werken. Er was een industrieterrein binnen het kamp. Daar moest ik houten pallets maken, brandhout hakken en plastic sorteren.’
Wat deed je in je vrije tijd?
‘Ik las boeken en deed aan sport.’
Kreeg je ook boeken van familie en vrienden toegestuurd?
‘De eerste tijd mocht dat nog. Later niet meer. Ik heb heel veel gelezen in die tijd. Een boek dat ik vaak heb herlezen heette ‘Vader Arseni’. Een heel goed boek, over de repressie van de kerk ten tijde van de Sovjet-Unie.’
Waren er veel andere politieke gevangenen?
‘Niet heel veel. We werden zoveel mogelijk gescheiden, maar zo nu en dan was er toch onderling contact.’
Hoe verliep je overplaatsing uit het heropvoedingskamp?
‘Er was een rechtszitting in het kamp. Toen ik 18 werd moest ik daar samen met een aantal anderen verschijnen. Ze maakten een overzicht van onze bezittingen. Daarna werden we in een rij opgesteld en in een voertuig gezet dat ons naar het station bracht. Daar stond een zwarte wagon zonder ramen met tralies voor de coupés. Die zat vast aan een normale trein met locomotief. Daarin werd ik samen met een groepje van vijftien gedetineerden van Babroejsk naar Mogiljov gebracht.’
En hoe kwam je daar aan in het kamp in Mogiljov?
Alle gedetineerden moesten op hun hurken gaan zitten met hun handen achter hun hoofd. Iedereen noemde om de beurt zijn naam, veroordeling en straf. Daarna werd iedereen naar de quarantainezone gebracht waar ook medisch onderzoek werd gedaan. Na 14 dagen gaat het normaal gesproken verder naar de kampsectie waar de veroordeelde zijn straf uit moet zitten.’
Maar bij jou ging het anders?
‘Ik kwam helemaal niet in het kamp terecht. Er was een bevel binnengekomen van politie dat ik niet mocht worden toegevoegd aan de gewone gedetineerden in het kamp. Ik werd direct uit de trein naar het cellencomplex gebracht en kreeg eenzame opsluiting. Ik werd als gevaarlijk element gezien. In het cellencomplex van het kamp kreeg ik te horen dat ik voor drie jaar naar een zwaarbeveiligde gevangenis in Zjodino zou worden gedeporteerd.‘
En daar zat je alleen in een cel?
‘Soms ook met anderen. Maar het was vreselijk. Er was absoluut niets te doen. Je loopt van de ene muur naar de andere. Je drukt je op. Ik kon iets schrijven. Ik had een pen en papier. Maar ik kreeg geen bezoek en ook geen pakketjes of post.’
Wie waren die anderen met wie je in een cel zat?
‘Dat waren criminelen die samenwerkten met de gevangenisleiding. Ze gaven alles door waarover ik praatte.’
Wil je iets vertellen over je zelfmoordpoging in september 2025?
‘Er waren wel meer van dat soort momenten. Er waren pogingen, ja, maar ik deed mijn best om te blijven leven.’
Wat hield je op de been?
‘Dat ik mijn vader, mijn moeder en mijn broer heb. En dat ik nog heel jong ben en er een tijd zal komen dat ik vrij ben. Dat ik mijn hele leven nog voor me heb als ik zou volhouden.’
Hoe hoorde je over je invrijheidstelling of beter gezegd gedwongen deportatie?
‘Ik wist van niets. Het ging heel snel en spontaan. Ik werd op transport gezet, over de grens en dat was het.’
Merkte je er iets van als er in het Westen over jou werd gesproken?
‘Ze stopten me om die reden vaak in de isoleercel. Dan zeiden ze: ‘In het Westen hebben ze weer verteld ze dat jij zo’n goede jongen zou zijn, maar wij weten wel beter. Ga daar maar over nadenken.’ Ze probeerden me tegen de ondersteuning uit het Westen op te zetten. De bewakers zeiden dan dat die aandacht ze niets kon schelen. Dat alle politieke gevangenen terroristen zijn. Toch bleef ik erbij dat als ik kritiek heb op de staatsmacht, ik die als burger gewoon mag uiten. Dat hebben ze me ook daar niet af kunnen leren.’
Je vader – Mikhail Lapunou – was ook niet bang. Hij heeft me veel over je verteld toen anderen allang zwegen. In 2023 is ook hij opgepakt. Zijn voorlopige hechtenis werd twee keer verlengd, maar veroordeeld is hij kennelijk nooit. Weet je waar hij nu is en hoe het met hem gaat?
‘Hij bevindt zich in kamp nummer 11 in de stad Volkovysk. Het laatste nieuws dat ik over hem heb is dat het psychologisch voor hem heel erg zwaar is. Zijn gezondheidstoestand is zeer slecht. Ik maak me grote zorgen om hem. Ik ben bang dat we elkaar nooit meer zullen zien…’
Denk je het zo slecht zal aflopen?
‘Ik ben er bang voor. Alles is daar mogelijk… Ik doe er alles aan om de aandacht op hem te vestigen en hem vrij te krijgen.’
Hoe is het met je eigen gezondheid, met de epilepsie?
‘Nu is het weer veel beter. Ik krijg medicatie. Het ergste is achter de rug. Voor me ligt een nieuw leven.’
Kun je wennen aan dat nieuwe leven?
‘Het is moeilijk. Maar ik ben vastberaden. Ik wil een nieuw begin. Ik wil een goede baan vinden met een stabiel inkomen. Ik wil een eigen gezin stichten.’
Denk je ooit nog eens naar Belarus terug te kunnen keren?
‘Eerlijk gezegd… ik weet het niet. Misschien als er ooit eens iets gaat veranderen. Er is een kans op verandering, een kleine kans weliswaar, maar toch…’
Reactie plaatsen
Reacties